Veilig op vakantie
Elke zomer vertrekken we massaal met de caravan, camper of tent naar een vakantiebestemming. Om te voorkomen dat de vakantie onderbroken moet worden door een ongeluk met gas en elektriciteit, kunt u zich houden aan de volgende tips.
Gasflessen en apparatuur op de camping
Let goed op dat u speciale campingapparatuur gebruikt met een laag stroomverbruik. Installeer gasflessen en gastoestellen voor gebruik zorgvuldig. Op de paal waar u de elektriciteit aansluit, kunt u zien wat het maximaal toegestane verbruik is. Wilt u op een gasfles apparaten met verschillend drukvermogen aansluiten? Zorg dan voor verschillende drukregelaars. Kies altijd de juiste drukregelaar. Op het typeplaatje van het gasapparaat staat de vereiste gasdruk. Monteer de regelaar die de hoogste druk doorlaat, het dichtst bij de gasfles en vervang de drukregelaars om de vijf jaar.
- Verwijder alle gasflessen uit de buurt van de brand.
- Meld de brand bij de receptie van de camping.
- Waarschuw alle andere mensen op de camping en breng zo nodig campinggasten in veiligheid.
- Probeer de brand zelf te blussen en uitbreiding te. Als dat niet lukt, sluit dan de ramen en deuren van de caravan of camper.
- Zorg voor een vrije aanrijroute voor de brandweer. Geef de brandweer informatie over eventuele slachtoffers en over hoe de brand is ontstaan
Open vuur in de natuur
Op sommige plaatsen mag je een kampvuur maken. Maar een open vuur in de natuur brengt risico’s met zich mee. Vooral als het al een tijdje droog is. Met de volgende tips maak je een veilig kampvuur.
- Zorg ervoor dat de grond in een straal van 1 meter om het vuur ‘brandvrij’ is.
- Maak nooit een vuur op bos- of heidegrond. Dit kan ondergronds verder branden.
- Stook niet in de buurt van ontvlambare zaken, zoals een hooiberg, een tent, overhangende takken enzovoorts.
- Houd blusmaterialen bij de hand, zoals water en zand.
- Maak nooit een vuur bij sterke wind.
Kampvuur maken en doven
Begin bij het maken van een kampvuur met het verzamelen van licht ontbrandbaar materiaal, zoals hooi, droog gras, dennennaalden, twijgjes of houtsplinters. Leg dit materiaal op een hoopje en bouw daaromheen met dunne takken een kleine piramide. Daaromheen bouwt u vervolgens een iets grotere piramide van wat dikker hout. Laat aan de kant waar de wind vandaan komt een opening over om het vuur later aan te steken.
Het is belangrijk om het vuur goed te doven en alle resten netjes op te ruimen. Besprenkel de plek van het vuur met water, verspreid de kooltjes en besprenkel de plek nog een keer met water. Als de kooltjes niet te heet zijn om aan te raken, is het goed gedoofd. Strooi zand over de kampvuurresten heen en voel met handen en voeten na of het vuur echt goed gedoofd is. Als het vuur nog behoorlijk brand, gooi er dan niet teveel water op, dat kan een hete stoomwolk veroorzaken. Begin het doven van het kampvuur dan met het verspreiden van de kooltjes en gooi hier zand overheen.