Vuur in de natuur

Ontstaan van een natuurbrand
Eén niet goed uitgemaakte sigaret in een droog bos kan een grote brand veroorzaken. Maar ook door afval kan een groot natuurgebied af laten branden.  Een glazen fles waar de zon op schijnt, kan bijvoorbeeld als vergrootglas werken. Zelfs uw auto kan brandgevaar opleveren. De katalysator, die vaak aan de onderkant zit, wordt erg heet. Als u de auto in droog, hoog gras wegzet, kan dat daardoor in brand vliegen. Ook bij een barbecue en een kampvuur speelt er gevaar van brand.

natuurvuur
Een brandje in de natuur loopt al snel uit de hand. Branden in het bos, op de hei of in de duinen zijn grillig en moeilijk te bestrijden. Het vuur kan zich over de droge ondergrond razendsnel verspreiden, maar via de kruinen van bomen ook heel onverwachts op de  grond opduiken. Ieder vuurtje in een natuurgebied kan uitlopen op een allesverwoestende brand. Voor mensen is het grootste gevaar dat ze door het vuur ingesloten raken en niet meer weg kunnen komen.

Voorkomen
Om een natuurbrand te voorkomen, kunt u een aantal dingen doen.
- Let op waar u uw auto neerzet. Parkeer bijvoorbeeld niet op bospaden; brandweervoertuigen moeten altijd vrij baan hebben. 
- Rook niet in het natuurgebied. 
- Gooi afval in de daarvoor bestemde afvalbakken. Als dat niet kan, neem het afval mee en gooi het thuis weg. 
- Houdt u zich bij barbecues, kampvuren en vuurkorven aan de regels die op uw vakantieverblijf of in de gemeente gelden.
- Vlucht bij een brand via de gemarkeerde plaatsen naar een veilige plaats, zoals de openbare weg of de bebouwde kom.


Op sommige plaatsen in de natuur mag je een kampvuur maken. Maar een open vuur in de natuur brengt risico’s met zich mee. Vooral als het al een tijdje droog is. Met de volgende tips maak je een veilig kampvuur.
- Zorg ervoor dat de grond in een straal van 1 meter om het vuur ‘brandvrij’ is.
- Maak nooit een vuur op bos- of heidegrond. Dit kan ondergronds verder branden.
- Stook niet in de buurt van ontvlambare zaken, zoals een hooiberg, een tent, overhangende takken enzovoorts.
- Houd blusmaterialen bij de hand, zoals water en zand.
- Maak nooit een vuur bij sterke wind.

Kampvuur maken en doven
Begin bij het maken van een kampvuur met het verzamelen van licht ontbrandbaar materiaal, zoals hooi, droog gras, dennennaalden, twijgjes of houtsplinters. Leg dit materiaal op een hoopje en bouw daaromheen met dunne takken een kleine piramide. Daaromheen bouwt u vervolgens een iets grotere piramide van wat dikker hout. Laat aan de kant waar de wind vandaan komt een opening over om het vuur later aan te steken.
Het is belangrijk om het vuur goed te doven en alle resten netjes op te ruimen. Besprenkel de plek van het vuur met water, verspreid de kooltjes en besprenkel de plek nog een keer met water. Als de kooltjes niet te heet zijn om aan te raken, is het goed gedoofd. Strooi zand over de kampvuurresten heen en voel met handen en voeten na of het vuur echt goed gedoofd is. Als het vuur nog behoorlijk brand, gooi er dan niet teveel water op, dat kan een hete stoomwolk veroorzaken. Begin het doven van het kampvuur dan met het verspreiden van de kooltjes en gooi hier zand overheen.